Inleiding: Het Symbool van een Universele Belofte
Wij juristen weten dat recht niet alleen uit droge artikelen bestaat, maar een levend geweten is. Zeker wanneer het gaat om kinderen – onze meest kwetsbare en tegelijk meest waardevolle rijkdom…
Met de goedkeuring van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind door de VN-Algemene Vergadering op 20 november 1989, werd deze datum het symbool van een wereldwijde belofte: Internationale Dag van de Rechten van het Kind.
Dit Verdrag is geen gunst die afhangt van de willekeur van staten of individuen, maar een bindende verplichting die fundamentele rechten zoals leven, ontwikkeling, bescherming en participatie waarborgt. Met 194 landen die het Verdrag hebben geratificeerd, is het volgens UNICEF het meest aanvaarde mensenrechteninstrument ter wereld.
I. Het Kader en de Filosofie van Bescherming in het Nationale Recht
Turkije, een van de eerste ondertekenaars (14 september 1990), heeft het Verdrag opgenomen in zijn nationale wetgeving. Elke persoon onder de 18 wordt in de wet als “kind” beschouwd, conform internationale normen.
Het Turkse Wetboek van Strafrecht biedt strafvermindering voor jongeren van 12–15 en 15–18 jaar en geeft voorrang aan onderwijs en rehabilitatie boven detentie. Deze benadering is gebaseerd op het begrip “Kind dat tot Misdaad is Gedreven”, vastgelegd in de Wet op de Kinderbescherming van 2005.
Door te spreken van een “tot misdaad gedreven kind” in plaats van een “crimineel kind,” erkent onze wet dat kinderen van nature onschuldig zijn. Het legt de verantwoordelijkheid ook bij de samenleving die heeft gefaald om hen te beschermen.
II. Juridische en Morele Bezwaren: Overtredingen in Turkije en wereldwijd
A. Turkije’s Voorbehoud en het Belang van het Kind
Turkije heeft een voorbehoud gemaakt bij Artikel 30 van het Verdrag, dat kinderen van etnische, religieuze en taalkundige minderheden het recht geeft om hun eigen taal en cultuur te gebruiken.
Het handhaven van dit voorbehoud beperkt niet-Turkstalige kinderen in hun onderwijsrechten en staat gelijk aan culturele assimilatie, in strijd met de geest van het Verdrag.
Het Geweten van Turkije Getoetst: Onschuld achter Tralies
Daarnaast zijn er praktijken die ons morele kompas zwaar belasten. In de laatste tien jaar zijn talloze maatschappelijke activiteiten bestempeld als “terroristische propaganda,” met als gevolg dat honderden onschuldige kinderen samen met hun moeders in de gevangenis belandden.
Volgens cijfers van het ministerie van Justitie (oktober 2025) verblijven ongeveer 749 kinderen van 0–6 jaar in gevangenissen met hun moeders.
Deze situatie schendt duidelijk Artikel 9 van het Verdrag en vormt een zware aantasting van onze menselijkheid.
B. Wereldwijde Crises en Gestolen Generaties
Overal ter wereld lijden kinderen onder oorlog en conflicten.
Het meest tragische voorbeeld is de Gazastrook. Sinds oktober 2023 zijn meer dan 18.000 Palestijnse kinderen omgekomen.
In Syrië zijn meer dan 14.000 kinderen gedood of gewond.
In Somalië is het sterftecijfer van kinderen onder de vijf gestegen tot boven 101 per 1.000 geboorten.
Onlangs, terwijl ik bij een stille vijver in Nederland twee kinderen zag vissen en lachen, voelde ik een pijnlijke gedachte opkomen: hun geluk en veiligheid staan in schril contrast met de strijd om overleving van hun leeftijdsgenoten in Jemen, Somalië en Syrië.
De oude uitspraak klonk in mijn hoofd: “Geografie is noodlot.”
Toch hoopte ik stilletjes: Misschien kunnen wij dat noodlot ooit veranderen…
Conclusie: Het Recht als Schild
20 november herinnert ons eraan dat het recht een beschermend schild moet vormen voor het geweten van de mensheid. In een wereld waar kinderen worden overgeleverd aan het lot van hun geboortegrond, dragen wij juristen een bijzondere verantwoordelijkheid.
Vandaag is het tijd om zowel de innerlijke als de wettelijke voorbehouden los te laten, zodat de lach van kinderen in Nederland ook gehoord kan worden in Gaza, Somalië en Syrië.
Voordat kindertranen onze gezamenlijke toekomst verder verduisteren, moet de internationale gemeenschap een diepgaande gewetensvraag stellen.
Het beschermen van deze heilige erfenis is niet slechts een beroepsplicht, maar een diepe menselijke verantwoordelijkheid.
Adv. Mahmut Haldungil


